Peak Flow Meter om longcapaciteit te meten

Een simpel testje kan vaak al veel aantonen. Dat geldt in het bijzonder voor het meten van longinhoud. Longinhoud geeft informatie over je ademhalingsstelsel. En die informatie is nuttig voor heel wat mensen. Denk aan stopende rokers, sporters, longpatiënten (COPD) en bijvoorbeeld wandelaars. Een groot longvolume wordt vaak geassocieerd met gezondheid. Mensen die op grote hoogte leven, lang zijn en geen weinig tot geen overgewicht hebben, beschikken vaak over een groot longvolume.

Je meet jouw longinhoud onder andere met een peak flow meter of met een spirometer. Hiermee kun je referentiekader voor jezelf creëren waarna je kan monitoren. Door uitademkracht te meten kan voortgang, of achteruitgang, worden bijgehouden. Zo kan je kijken of een verandering van levensstijl effect heeft op het longvolume. Niet voor niets maken voor stoppende – of gestopte – rokers gebruik van zo’n peak flow meter.

Wanneer longfunctie meten?

Vaak wordt aangeraden 3 keer per dag te meten. Doe dit dan bij voorkeur ‘s ochtends, ‘s middags en ‘s avonds. Je noteert dan altijd de hoogst gemeten waarde. Deze waarden kunnen vervolgens vergeleken worden. Gaat je longinhoud omhoog? Dan is dat een goed teken. Naarmate je beter inzicht krijgt in de longcapaciteit, kan het aantal metingen worden afgebouwd naar eenmaal per dag en later naar eenmaal per week.

Bij COPD patiënten zijn de luchtwegen beschadigd. Die schade aan de luchtwegen kan worden gemeten met een longfunctie test. Bij deze test wordt de luchtstroom gemeten die je met een maximale inspanning kunt uitblazen. Het gaat dan om de lucht die je in 1 seconde kunt uitblazen. Jonge mensen die geen vernauwing van de luchtwegen hebben, kunnen minimaal 80% van de lucht die ze inademen, in 1 seconde uitblazen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *